
Hoewel de woningmarkt al volop overstapt op propaanwarmtepompen en grote lucht-water-warmtepompen steeds vaker met propaan worden uitgevoerd, loopt de utiliteitsmarkt nog achter. Dat heeft vooral te maken met het formaat van machines en de positie van de installatie binnen of buiten het gebouw.
Ook hier zien we inmiddels een duidelijke beweging richting natuurlijke koudemiddelen, waaronder propaan.
Waar we jarenlang vertrouwden op chemische koudemiddelen (de zogeheten CFK’s, HFK’s en HFO’s), dwingt nieuwe wetgeving de sector om verder te kijken. De derde generatie koudemiddelen blijkt namelijk tóch niet zo onschuldig: bij afbraak ontstaan mogelijk PFAS-achtige stoffen en ook hun bijdrage aan het broeikaseffect blijft aanwezig.
De EU zet daarom een volgende stap: het gebruik van deze chemische koudemiddelen wordt de komende jaren uitgefaseerd. Daarmee verschuift de aandacht weer naar natuurlijke koudemiddelen. Denk aan CO₂, ammoniak en propaan.
Maar waarom is die omschakeling nodig? En wat betekent dit technisch voor warmtepompen?
Waarom chemische koudemiddelen verdwijnen
Na het verbod op CFK’s; die een belangrijke bijdrage leverden aan het aantasten van de ozonlaag, volgden HFK’s en later HFO’s. Deze middelen waren een duidelijke verbetering, maar bleken geen eindoplossing.
De belangrijkste knelpunten van de huidige generatie koudemiddelen:
- vaak een hoge GWP-waarde (Global Warming Potential)
- mogelijk afbraak tot PFAS-achtige stoffen
- bij lekkage onvermijdelijke uitstoot naar de atmosfeer
Vanaf 2027 worden de quota voor koudemiddelen met een hoge klimaatafdruk sterk aangescherpt. Veel gangbare middelen, zoals R410A, worden daardoor duurder en minder beschikbaar. Vanaf 2030 geldt bovendien een verbod op het produceren van warmtepompen met een koudemiddel waarvan de klimaatafdruk hoger is dan 150.
De richting is daarmee duidelijk: de markt beweegt richting natuurlijke, laag-GWP-alternatieven.
Terug naar natuurlijke koudemiddelen: kansen én aandachtspunten
Natuurlijke koudemiddelen zoals ammoniak, CO₂ en propaan hebben vrijwel geen effect op het broeikaseffect. Ze zijn duurzaam, efficiënt en al decennialang bekend. Tegelijk brengen ze elk hun eigen aandachtspunten met zich mee:
- Propaan (R290): brandbaar
- Ammoniak: giftig
- CO₂: zeer lage klimaatimpact, maar technisch complex door extreem hoge werkdrukken en rendementsverlies bij hogere aanvoertemperaturen
CO₂-warmtepompen zien we daarom vooral terug in tapwaterbereiding en commerciële koeling, zoals supermarkten. Voor ruimteverwarming zijn ze doorgaans minder efficiënt.
Dat betekent dat de toepassing van natuurlijke koudemiddelen vraagt om herontwerp van warmtepompen en installaties, inclusief aanvullende veiligheidsmaatregelen.
Binnen dat speelveld wordt propaan steeds vaker gezien als een veelbelovende optie voor bodemgebonden warmtepompen.
De rol van propaan in moderne warmtepompen
Propaan (R290) combineert een zeer lage GWP-waarde (≈ 3) met uitstekende thermodynamische eigenschappen en een bewezen historie in koeltoepassingen. Dat maakt het voor veel toepassingen technisch interessant.
Tegelijk vraagt propaan om:
- andere ontwerpkeuzes
- meer aandacht voor veiligheid
- duidelijke randvoorwaarden voor installatie en opstelling
Warmtepompen met propaan hebben bovendien een groter volume dan installaties met bijvoorbeeld R410A of R32. Dat vraagt om een zorgvuldige inpassing in het gebouwontwerp.
Propaan is daarmee geen “plug & play”-oplossing, maar wel een serieuze stap richting toekomstbestendige installaties – mits goed ontworpen en toegepast.
Veilig werken met propaan: integraal onderdeel van het ontwerp
Het toepassen van propaan vraagt om een andere manier van ontwerpen en samenwerken. Veiligheidsvoorzieningen zoals gasdetectie, ventilatie, een veilige opstelruimte en gecontroleerde drukontlasting zijn vastgelegd in normen en richtlijnen.
Juist daarom is het belangrijk dat opdrachtgevers, architecten, installateurs en GeoComfort vroeg in het traject samenwerken. Wij ondersteunen dit proces met technische expertise, heldere uitgangspunten en begeleiding in ontwerp- en vergunningstrajecten.
En CO₂ of ammoniak dan?
Ook andere natuurlijke koudemiddelen blijven in ontwikkeling:
- CO₂ is zeer geschikt voor tapwater, maar kent beperkingen voor ruimteverwarming
- Ammoniak is thermisch sterk, maar door toxiciteit minder wenselijk in gebouwinstallaties
- Isobutaan heeft overeenkomsten met propaan, maar is minder breed toepasbaar
Welke oplossing het meest geschikt is, blijft afhankelijk van toepassing, gebouwtype en technische randvoorwaarden.
Praktijkvoorbeeld: ervaring opdoen met propaan
GeoComfort past propaan voor het eerst toe in een eigen utiliteitsproject. In september 2026 plaatsen wij een propaanwarmtepomp bij Dienst Roerende Zaken (DRZ) in Dronten, in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf en in samenwerking met BINX Smartility.
Dit project biedt waardevolle praktijkervaring met ontwerp, veiligheid en integratie van propaan in utiliteitsbouw – kennis die we meenemen in toekomstige projecten.
Conclusie
De uitfasering van chemische koudemiddelen is onvermijdelijk. De sector beweegt richting natuurlijke alternatieven, waarbij propaan momenteel een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van moderne warmtepompen.
Dat vraagt om:
- nieuwe ontwerpprincipes
- doordachte installaties
- aandacht voor veiligheid
- goede samenwerking in de keten
GeoComfort volgt deze ontwikkelingen op de voet en investeert in kennis, ervaring en begeleiding rondom natuurlijke koudemiddelen – met oog voor techniek, veiligheid én toekomstige innovaties.
